Algemeen, 5 oktober 2009
Voor iedere patiënt in een verpleeg- of verzorgingshuis moet de instelling een zorgplan opstellen. Dat zorgplan moet de instelling met de patiënt of, indien deze daartoe niet in staat is, met zijn familie of vertegenwoordigers bespreken. De patiënt of zijn familie moet met het zorgplan instemmen. Dat moet blijken uit de handtekening die eronder staat. Het verpleeg- of verzorgingshuis moet het zorgplan regelmatig evalueren en - als daarvoor aanleiding is - bijstellen. Dat moet in overleg met de patiënt (of zijn familie) gebeuren.
Ieder verpleeg- of verzorgingshuis behoort een onafhankelijke klachtencommissie te hebben. De meeste hebben ook een vertrouwenspersoon of klachtenbemiddelaar. Uit hetzelfde inspectieonderzoek kwam ook naar voren dat lang niet alle patiënten op de hoogte zijn van het bestaan daarvan. De vertrouwenspersoon en de klachtencommissie zijn wel de eerste mogelijkheden voor de patiënt of zijn familie wanneer er klachten zijn.
De inspectie let vooral op de technische kwaliteit en de voorwaarden voor kwaliteit van de zorg. Voorbeelden daarvan zijn de mate waarin valpartijen zich voordoen, de afspraken (protocollen) over vocht en voeding en het beleid rondom preventie van doorligwonden (decubitus).
Op de website www.KiesBeter.nl kunt u de kwaliteit van verpleeg- en verzorgingshuizen vergelijken op basis van informatie die deze instellingen zelf beschikbaar hebben gesteld.
