Maatregelen
De IGZ kan verschillende soorten maatregelen nemen om de wet- en regelgeving, (beroeps)normen en richtlijnen in de gezondheidszorg te handhaven. De inspectie kan advies, stimulering, correctie of dwang toepassen. In ernstige gevallen kan de inspectie het initiatief nemen tot tucht-, bestuurs- of strafrechtelijke procedures.
De inspectie bekijkt per geval welke maatregel op korte en langere termijn het meest effectief is. Als de inspectie handhaaft, kan zij ervoor kiezen eerst een lichte maatregel toe te passen en bij onvoldoende resultaat een zwaardere. Het is echter ook heel goed mogelijk dat de inspectie direct aanstuurt op het opleggen van tucht-, bestuurs- of straftrechtelijke dwang als de situatie daarom vraagt.
Bij het bepalen van de juiste maatregel kijkt de inspectie naar de volgende variabelen:
• de internationaal gangbare vijf D's (dissatisfaction, discomfort, disease, disability, death);
• omvang van de groep mensen die risico lopen (groot, gemiddeld, klein);
• structuur van de zorgverlening gericht op kwaliteit en veiligheid (slecht, matig, goed);
• houding van de zorgaanbieder (niet-weten, niet-kunnen, niet-willen).
Uitgangspunt bij de handhaving is vertrouwen. Dit betekent dat de inspectie ervan uitgaat dat zorgaanbieders gemotiveerd zijn om hun taak zo goed mogelijk te vervullen. Vertrouwen betekent echter niet dat verificatie en controle door de inspectie achterwege blijven. De inspectie zoekt voortdurend een evenwicht tussen het vertrouwen dat zij in zorgaanbieders stelt en de verificatie en controle die tegelijkertijd ook nodig zijn.
Meer informatie